Caleidoscopische ervaring van groeiend inzicht

Schrijven voor een kunstmedium dat toegankelijkheid, bevattelijkheid én diepgang en kennis van zaken wil combineren is niet vanzelfsprekend. In deze bijdrage voor het Belgische kunstmagazine <H>ART slaagt Annelies Vantyghem erin om, op een relatief beperkte ruimte, toch heel veel te zeggen over het uiterst complexe werk van een kunstenaar die nooit koos voor spektakel en gemakzucht. - Marc Ruyters

CALEIDOSCOPISCHE ERVARING VAN GROEIEND INZICHT 

door Annelies Vanthygem 

Binnen de minimalistische architectuur van Museum M wordt momenteel het bijzonder strakke oeuvre van Philippe Van Snick (°1946, Gent) getoond. In naslagwerken over Belgische kunst duikt deze kunstenaar vanaf ‘68 veelvuldig op: solo op invloedrijke tentoonstellingsplekken, met werk in belangrijke publieke collecties en als deelnemer aan toonaangevende groepsexposities in België, Nederland en ver daarbuiten. Opvallend is dat Van Snick erin slaagt om met een bewust gekozen beperking aan middelen zijn oeuvre op consequente en boeiende wijze te blijven ontwikkelen en dit intussen meer dan 40 jaar. Zijn werk werd door de K.U.Leuven aan een grondig onderzoek onderworpen met als eindpunt deze tentoonstelling in de universiteitsstad.

We betreden een wereld van ellipsen, vectoren, constructielijnen, letters en getallen. ‘Relaties’ (1972), berekeningen op ruitjespapier netjes geordend in ringmappen, tonen steeds complexer wordende verhoudingen tussen A, B en C. ‘Twee reeksen kettingen’ (1974), composities van in lengte variërende stukjes ijzerdraad, hangen als notenbalken aan een muur. De lijnen waaruit ze bestaan, zijn telkens op een andere manier geleed. Van Snick in het voetspoor van Pythagoras, die het heelal als een geordend geheel zag. We passeren een prachtige maankaart en lopen verder langs een reeks ‘Ellipsoïdes’ (1970-’77), meticuleuze tekeningen die telkens een ander aspect van de ‘ellips’ laten zien. Draait de maan niet in een ellipsvormige baan om de aarde? De nauwgezetheid en het geduld die aan de basis van deze werken liggen, geeft hun een kwetsbaar karakter. Wiskunde, filosofie en poëzie versmelten. Een diep verlangen naar ordening wordt waarneembaar.

Een zwarte balk tegen een witte muur of een witte vierpikkel voor een zwart doek functioneren als cesuur, rustpunt of uitroepteken in de ruimte. Schilderijen balanceren tussen 2D en 3D tot ze uiteenspatten. Doeken verschijnen als drager, als object of als iets daartussenin. Waar schilderij ‘sculptuur’ wordt, wordt ruimte ‘schilderij’. Een reconstructie van de installatie ‘Dag/Nacht’ (1986) is een smalle gang met op zijn muren een lichtblauw en een zwart vlak, geflankeerd door een zwarte en een lichtblauwe sokkel. Links en rechts zijn elkaars perfecte spiegelbeeld en worden in twee glasplaten weerkaatst. Het zwart trekt aan, het lichtblauw vraagt om meer afstand, spiegelingen genereren een vreemd gevoel. Extreem dualisme als reducerende, ordenende poging om de essentie van het leven en de realiteit te vatten.

Realiteit als bron

In verschillende experimenten haalt Van Snick de band tussen de realiteit en zijn kunst nauwer aan. We zien de kunstenaar in de video ‘Data accumulatie’ (1972-73) de cijfers van 0 tot 9 telkens opnieuw bovenop, door en naast elkaar schrijven alsof hij duidelijk wil stellen dat uit een beperkt aantal elementen oneindig veel combinaties kunnen worden ontwikkeld. Dit idee zet hij verder wanneer hij begin jaren 80 besluit om zich voortaan tot een palet van 10 kleuren te beperken: de primaire en secundaire kleuren, zwart, wit, goud en zilver. Een reeks vormstudies van een zonnewimpel toont hoe één lap stof en slechts tien kleuren de bron kunnen zijn van een oneindige reeks variaties. Foto’s van de wimpel maken de verwijzing naar de realiteit waaruit Van Snick deze abstracte reeks ontwikkelde hard.

Gewapend met de opgedane inzichten, stappen we de monumentale site-specifieke installatie ‘Sferen’ (2010) binnen. Glad dagblauw en egaal nachtzwart vormen een ruimtelijke spil. Op de muren rondom zien we monochrome kleurvlakken. De act van het schilderen werd niet gecamoufleerd. Nuances binnen de vlakken blijven zichtbaar. Naarmate we ons binnen deze installatie verplaatsen, gaan kleuren nieuwe relaties met elkaar aan of vallen andere structuren binnen eenzelfde monochroom op. Associaties richting realiteit dringen zich op: een felgroen vlak wordt bos of tuin, een tranerig dieprood bloed. Kleur- en ruimtebeleving sturen ons gevoel. ‘5 diptieken’ (2007-’09) maken van de volgende ruimte een bijna meditatieve rustplek als overgang naar een vierde zaal waarin twee monumentale sculpturale installaties en een compositie van drie zonneblinden de ruimte tot op een haast claustrofobisch niveau vullen. ‘L-vormige kamer’ (1968), een van Van Snicks eerste installaties, speelt met tegenstellingen als open en gesloten, hard en zacht, bedekt en onbedekt en kan als voorbode van later werk worden gezien waarin dualisme als ordenend principe wordt aangewend. Duidelijk is dat dit soort werk fysiek in situ moet worden beleefd.

Kijker en kunstenaar

De installatie ‘Produktie Staat’ (1988) dwingt ons in een andere positie. Haar schaal laat erin stappen niet toe maar dwingt ons om het wankele bouwsel van tegen elkaar leunende gipsplaten van bovenaf en rondom te bekijken. De titel, de labyrintische constructie die aan een organisch gegroeide stad doet denken, samen met de lichtblauwe dag- en de zwarte nachtbalk die elk het gewicht van een stapel gipsplaten torsen, suggereren het beeld van een doordraaiende papiermolen als symbool voor controledrang van staatswege. Als laatste boodschap legt Van Snick met ‘Broodthaers-Beuys’ (1986) nogmaals de nadruk op de sterke band tussen zijn abstracte oeuvre en concrete realiteit. De kunstenaar plaatst zich, gecodeerd in ‘zijn’ 10 kleuren, tussen Broodthaers en Beuys, twee absolute tegenpolen in de manier waarop ze als kunstenaar met realiteit omgaan.

Sterk aan de presentatie in M is dat de selectie de hele loopbaan van Van Snick overspant zonder chronologisch te denken. De veelheid aan indrukken in de eerste zaal zorgt voor een caleidoscopische ervaring van groeiend inzicht en vormelijke echo’s die in de zalen die volgen betekenisvol blijft nawerken.

‘Philippe Van Snick’ tot 29 aug. 2010 in Museum M, L. Vanderkelenstraat 28, Leuven. Open di-zo van 11-18u, do 11-22u. www.mleuven.be

Geplaatst in art, XXXX

print deze pagina