Voor het oordeel
Als we dan toch de oefening maken en op zoek gaan naar goede jonge kunstkritiek, mag de lat hoog liggen. Het feit dat het gros van de huidige (journalistieke) kunstkritiek vooral bestaat uit knip-en-plakwerk uit persberichten, klinkt ondertussen als afgezaagde kost, maar is helaas de realiteit.
Kunstkritiek mag nooit vrijblijvend zijn. Het is de verantwoordelijkheid van de criticus om een standpunt in te nemen, en dat heeft altijd consequenties. De hedendaagse criticus zou opnieuw de rol van gids moeten durven op te nemen, door kant te kiezen, als pleitbezorger of als frontale aanvaller. Dat hoeft niet noodzakelijk radicaal te zijn; weloverwogen nuances zijn meestal zeer welkom.
Het gaat er vooral om een uitgesproken en goed beargumenteerd persoonlijk oordeel te ontwikkelen, dat de lauwe, neutrale brij van de doorsneekritiek overstijgt. Goede kunstkritiek is immers zelden zuiver objectief, want ogenschijnlijk neutrale criteria als originaliteit, relevantie of schoonheid zijn bijna onmogelijk te veralgemenen. Het is alleen dat soort expliciete kritiek dat er nog in zal slagen de zin en betekenis van kunst over te brengen, en zo recht doet aan de intenties van kunst.
Kunstkritiek mag niet in een vacuüm terechtkomen. Reflectie over artistieke praktijken zou een opening moeten zijn naar een ruimer debat met hedendaagse relevantie – hetzij op ethisch, ideologisch, sociaal-maatschappelijk of zuiver esthetisch gebied. Diepgang met kennis van zaken, een persoonlijke (polemische) stem en toegankelijkheid zijn niet onverenigbaar. Maar met deze (eveneens subjectieve) criteria in het achterhoofd, kan en mag kunstkritiek wel eindeloos veel vormen aannemen:
Stefan Beyst
Jan De Cock. De rebus als cultobject
Jeroen Laureyns
Geschilderde geruchten. De kunst van Luc Tuymans
in Knack (06/06/2007) p. 76-78
Eric Min
Een gedistingeerde en bizarre harmonie der toonwaarden. Over de actualiteit van kunst uit de negentiende eeuw
in Staalkaart (nr.1, 2009) p. 38-41
Christophe Van Eecke
Wat lijnen op papier (kunnen doen). Raoul De Keyser in het Gentse Museum voor Schone Kunsten
Gerrit Vermeiren
De diepe mijn, het ondiepe graf. “À toutes les morts, égales et cachées dans la nuit”
in MAC’s’, in
30 juli 2010, Lotte de Voeght